Home   Peuter Vriendjes   Pedagogisch beleid
Peuter vriendjes

Pedagogisch beleid

Op al onze locaties ligt voor betrokkenen (ouders/verzorgers en medewerkers) een volledig pedagogisch beleidsplan ter inzage. Het pedagogisch beleidsplan wordt voortdurend gemonitord en herzien indien nodig.

Sinds 1 januari 2005 is de Wet kinderopvang van kracht. In deze wet wordt onder andere aangegeven wat de overheid verstaat onder kwaliteit in de kinderopvang: ‘Verantwoorde kinderopvang is kinderopvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige omgeving’. Voor de pedagogische onderbouwing van de Wet kinderopvang, is gekozen voor de opvoedingsdoelen van professor J.M. A. Riksen-Walraven.
Op al onze locaties ligt voor betrokkenen (ouders/verzorgers en medewerkers) een volledig pedagogisch beleidsplan.

In het pedagogisch beleid komt tot uitdrukking op welke wijze wij met kinderen om willen gaan en waarom wij dat zo doen. Wij geven aan wat onze visie is op het opvoeden en begeleiden van kinderen in onze kindercentra en daarbuiten. Het plan geeft duidelijkheid over wat ouders van ons mogen verwachten en waar wij voor staan. Voor de pedagogisch medewerkers vormt dit plan samen met de werkplannen het uitgangspunt voor de beroepshouding en het handelen.

De uitgangspunten van ons beleid zijn bepalend voor de pedagogische werkplannen waarin onze visie op een concrete wijze wordt uitgewerkt. Naast onze eigen uitgangspunten kunt u ook de vier basisdoelen uit de Wet kinderopvang vinden in de beschrijving van ons pedagogisch handelen. Verwoord wordt wat het beleid betekent en welke invloed de vier basisdoelen hebben voor en op de dagelijkse verzorging en begeleiding van kinderen.

Pedagogische basisdoelen professor J.M.A. Riksen Walraven

In de Wet kinderopvang en de bijbehorende toelichting maar ook in de beleidsregels kwaliteit kinderopvang, zijn vier basisdoelen voor de opvoeding van professor J.M.A. Riksen-Walraven opgenomen als voorwaarde voor het pedagogisch handelen in de kinderopvang. De basisdoelen van professor Riksen Walraven zijn verweven in de pedagogische werkwijze van Kinderkwartier IJsselstein en worden vertaald naar de dagelijkse praktijk. In het werkplan wordt beschreven hoe wij deze doelen realiseren.

Als een rode draad lopen zij door het plan.

1. Het bieden van een gevoel van emotionele veiligheid:

Jonge kinderen moeten zich veilig en beschermd voelen. Als een kind zich onveilig voelt staat het niet open voor speelgoed of het leren van vaardigheden. Alle energie gaat dan zitten in de stress en het op zijn hoede zijn. Zich veilig voelen is echt een basisbehoefte. Het gevoel van veiligheid in de kinderopvang wordt in belangrijke mate bepaald door de pedagogisch medewerkers, de omgeving en het contact met andere kinderen.

2. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties:

Met het begrip persoonlijke competentie wordt gedoeld op brede persoonskenmerken zoals veerkracht, zelfstandigheid en zelfvertrouwen, flexibiliteit en creativiteit. Dit stelt een kind in staat om allerlei typen problemen adequaat aan te pakken en zich goed aan te passen aan veranderende omstandigheden, ofwel het zinvol bezig zijn. De mogelijkheid hebben om vaardigheden onder de knie te krijgen en zelfvertrouwen op te bouwen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het leren van taal, de motorische ontwikkeling en cognitieve vaardigheden.

3. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de sociale competenties:

Het begrip sociale competentie omvat een scala aan sociale kennis en vaardigheden, bijvoorbeeld het zich in een ander kunnen verplaatsen, kunnen communiceren, samenwerken, anderen helpen, conflicten voorkomen en oplossen, het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid. De interactie met leeftijdsgenoten, het deel zijn van een groep en het deelnemen aan groepsgebeurtenissen biedt kinderen een leeromgeving voor het opdoen van sociale competenties. Het geeft aan kinderen kansen om zich te ontwikkelen tot personen die goed kunnen functioneren in de samenleving.

4. Kinderen gelegenheid bieden om zich normen en waarden, de cultuur van een samenleving eigen te maken:

Leren wat wel en niet mag: hoe je sociaal acceptabel te gedragen. Er zijn veel ongeschreven gedragsregels in de kinderopvang; je mag een ander geen pijn doen, samen delen, om de beurt, etc. Spelenderwijs en in de dagelijkse omgang met de kinderen proberen we ze bij te brengen hoe ze kunnen functioneren in een groter geheel: in de groep, in het kinderkwartier, in de maatschappij. Dit basisdoel beschouwen we als de kern van de opvoeding. We laten de kinderen kennismaken met grenzen, normen en waarden maar ook met de gebruiken en omgangsvormen in onze samenleving.

De vier basisdoelen, welke hieronder verder beschreven zullen worden, zijn eenvoudig te vertalen in de volgende vragen:

– heeft een kind het naar zijn zin?

– heeft een kind iets geleerd dat zinvol is voor hem?

– heeft een kind met andere kinderen gespeeld?

– heeft een kind geleerd op een sociale en respectvolle wijze met anderen om te gaan?